Fietszitjes en Fietsstoeltjes
Fietsen met je baby: gezellig!
Als je baby goed kan zitten, mag hij mee op de fiets. Hoera! Samen fietsen is supergezellig. Je kind kijkt zijn ogen uit!
Je baby mag mee op de fiets als hij zelf goed kan zitten. Meestal is dat als hij tussen de zes en negen maanden oud is. Een kinderzitje is geschikt als het voldoet aan de Europese veiligheidsnormen. Dit is te herkennen aan het keurmerk EN 14344. Je hebt voorstoeltjes en achterstoeltjes. Zodra je kind te groot wordt of als hij een broertje of zusje krijgt dat voorop moet, kun je hem in het stoeltje achterop zetten.
Tips
- Plaats - zeker als je kind wat langer is - spaakafscherming bij het voorwiel.
- Zorg ervoor dat het stoeltje goed vastzit aan de stuurpen of balhoofdbuis van je fiets. Zitjes die aan het stuur zelf worden bevestigd, zijn niet geschikt voor aluminium sturen.
- Het stoeltje moet voorzien zijn van drie- of vierpuntsgordel.
- Bij een voorzitje moet de rugleuning ongeveer 16 centimeter zijn, bij een achterzitje minstens 38,5 centimeter.
- Het stoeltje moet ook zijwaarts voldoende steun bieden (leuningen van 10 centimeter hoog bij een voorzitje).
- Kijk goed of het stoeltje geen scherpe onderdelen bevat.
- Let erop dat de voetsteunen spaakbeschermers hebben, zodat je kind niet met zijn voeten tussen de spaken terecht kan komen.
- Met zadelveerbeschermers voorkom je dat de vingers van je kind klem komen te zitten tussen de zadelveren.
- Zorg ervoor dat de rem- en versnellingskabels niet in de knel komen.
- Monteer geen voorzitje op een racefiets
Onze merken:





